
BEUNINGEN, 14 april 2011 - De Raad van State heeft woensdag uitspraak gedaan in de zaak waarbij enkele bewoners van woonwagencentrum Wilgenoord bezwaar maakten tegen de plannen van de gemeente Beuningen om de woonwagens door stenen huizen te vervangen. De uitspraak luidde dat het besluit vernietigd dient te worden.De bewoners betoogden dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met hun gevestigde belangen en rechten. De gemeenteraad van Beuningen heeft in haar verweer betoogd dat met de intrekking van de Woonwagenwet de wettelijke verplichting voor gemeenten om een woonwagencentrum in stand te houden is komen te vervallen. De Afdeling (Raad van State) oordeelt daarover dat de intrekking van de Woonwagenwet, onverlet laat dat "de gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor het volkshuisvestingsbeleid, waarvan de huisvesting van woonwagenbewoners onderdeel uitmaakt en waarbij alle burgers gelijk dienen te worden behandeld. Deze zorg voor het voorzien in passende woonruimte behelst het treffen van de benodigde maatregelen ten behoeve van een goede huisvesting voor hun ingezetenen, ongeacht of zij in een woning, een woonwagen of op een woonschip willen wonen."
BEUNINGEN, 14 april 2011 - De Raad van State heeft woensdag uitspraak gedaan in de zaak waarbij enkele bewoners van woonwagencentrum Wilgenoord bezwaar maakten tegen de plannen van de gemeente Beuningen om de woonwagens door stenen huizen te vervangen. De uitspraak luidde dat het besluit vernietigd dient te worden.
De bewoners betoogden dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met hun gevestigde belangen en rechten. De gemeenteraad van Beuningen heeft in haar verweer betoogd dat met de intrekking van de Woonwagenwet de wettelijke verplichting voor gemeenten om een woonwagencentrum in stand te houden is komen te vervallen.
De Afdeling (Raad van State) oordeelt daarover dat de intrekking van de Woonwagenwet, onverlet laat dat "de gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor het volkshuisvestingsbeleid, waarvan de huisvesting van woonwagenbewoners onderdeel uitmaakt en waarbij alle burgers gelijk dienen te worden behandeld. Deze zorg voor het voorzien in passende woonruimte behelst het treffen van de benodigde maatregelen ten behoeve van een goede huisvesting voor hun ingezetenen, ongeacht of zij in een woning, een woonwagen of op een woonschip willen wonen."
De Afdeling oordeelt ook dat een inzichtelijke belangenafweging waarom in het plan gekozen is voor het vervangen van alle woonwagenstandplaatsen door stenen woningen ontbreekt. Eveneens ontbreken gegevens over de wensen van de bewoners om in woonwagens te kunnen blijven wonen.
Ten aanzien van de negen in het plan toegestane woningen die in de tweede fase voorzien zijn op de gronden waar momenteel legaal woonwagens staan, heeft de raad volgens de Afdeling onvoldoende gemotiveerd hoe de gevestigde belangen van de bezwaarmaker en anderen zijn afgewogen tegen het belang van de herstructurering van het plangebied.
De Afdeling heeft tot slot geoordeeld dat de bewoners de mogelijkheid dienen te behouden om ter plaatse danwel elders in de gemeente in een woonwagen te kunnen blijven wonen. Het standpunt van de raad dat de woningen dienen ten behoeve van de verbetering van de woonomstandigheden van de bewoners van de woonwagens maakt voor de Afdeling niet uit.
Wethouder Piet de Klein is verrast door de uitspraak en zegt met de gemeenteraad en Standvast Wonen te gaan overleggen wat te doen.
De bewoners hebben gisteravond een feestje gevierd op deze overwinning. Het belangrijkste voor hun is dat er een einde is gekomen aan de voortslepende onzekerheid of ze in de voor hun zo vertrouwde woonvorm konden blijven wonen.
Bron: www.raadvanstate.nl (Agenda > Uitspraken > zaaknummer 201006853/1/R2).
Volledige tekst van de uitspraak op woensdag 13 april 2011 is op de website van Raad van State gepubliceerd.