Sluiting dreigt voor Kunstencentrum de Stroming

Foto:

BEUNINGEN – Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen stellen de raad voor om het reorganisatieplan van Kunstencentrum de Stroming af te wijzen in de vergadering van 2 juli 2013.Het afwijzen van dit plan betekent het einde van de samenwerking tussen de gemeente Beuningen en het kunstencentrum.

Stichting Kunstencentrum De Stroming ontvangt subsidies van de gemeenten Wijchen, Groesbeek, Beuningen, West Maas en Waal en Heumen. Alle gemeenten hebben in 2012 besloten een subsidiekorting door te voeren. Voor 2014 heeft de gemeente Wijchen de Stroming een forse bezuinigingstaak opgelegd en de gemeenten West Maas en Waal en Heumen hebben besloten volledig uit te treden en de relatie te beëindigen.

Dat is voor directie en bestuur van de stichting de aanleiding geweest om een reorganisatieplan op te stellen. Het college van B&W van de gemeente Beuningen heeft de stichting laten weten het plan af te wijzen en de overeenkomst die op 31 december 2013 afloopt, niet te willen continueren. Dit uittreden kost de gemeente 666.000,-.

Argumenten
De gemeente stelt dat Kunstencentrum De Stroming een te grote backoffice heeft. Het aantal arbeidsplaatsen bij de stichting gaat van 17,22 fte op dit moment naar 6 fte waarbij de grootste wijziging is dat zo’n 10 fte aan docenten verdwijnt. Deze zouden als zelfstandige docenten diensten aan de Stroming kunnen leveren. De gemeente vindt dat financiële verhouding tussen coördinatie en activiteitenbudget uit de pas loopt.

Ook vindt de gemeente dat de ‘nieuwe Stroming’ veel taken verricht die het Cultuurknooppunt nu ook uitvoert. Verder het centrum zelf aan dat er drie resterende gemeenten (Wijchen, Groesbeek en Beuningen) in het plan opgenomen zijn en dat, zodra er één niet mee doet, de basis voor een doorstart te smal is.

De gemeente voert ook als argumenten op dat het plan niet past binnen de eerder vastgestelde bezuinigingsplannen. Vanaf 2016 is € 135.000 beschikbaar terwijl Beuningen naar verhouding ruim 180 duizend euro bij moet dragen.

Cursusjaar en uittredesom

De gemeente stelt voor om de bestaande budgetovereenkomst tot 1 juli 2014 te verlengen zodat het centrum de huidige leerlingen het cursusjaar af kunnen maken. Naast het bedrag tot 1 juli dient de gemeente nog de genoemde uittredesom te betalen. Het bedrag dient (naar rato) als wachtgeld voor het personeel. Voor de uittredesom zijn geen middelen in de begroting opgenomen en de gemeente zal, gelet het Provinciaal toezicht, de uittreding voor moeten leggen aan de Provincie Gelderland. Deelnemen aan in ‘de nieuwe Stroming’ zou de gemeente € 417.000,- eenmalig kosten en jaarlijks € 180.569,-.

Gevolgen
Door het beëindigen van de samenwerking verliest de Lèghe Polder een grote huurder wat effect heeft op diens exploitatie. Het afwijzen van het plan betekent ook dat fanfares en harmonieën in de gemeente een grotere rol kunnen gaan spelen op de nieuwe markt van het particulier onderwijs. Ook is het te verwachten dat muziekonderwijs voor muziekinstrumenten waar weinig vraag naar is duurder wordt. Na de eventuele uittreding komt het bedrag voor huisvesting (€ 30.000) en subsidies (€ 155.000) van het muziekonderwijs vrij. Van deze middelen wordt € 30.000 structureel gereserveerd voor herontwikkeling van muziekeducatie.

De gemeenteraad beslist in de vergadering van 2 juli 2013 over het voorstel