Ook incidenteel beschermingsmiddelen medewerkers WMO-ondersteuning

Foto: Hank Williams via Pixabay

Mensen die huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding of maaltijdondersteuning verzorgen bij mensen thuis, komen voortaan in specifieke gevallen ook in aanmerking voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Dat heeft minister Martin van Rijn voor Medische Zorg vandaag besloten. Het gaat om situaties waarin zorg wordt verleend aan iemand met (een verdenking van) Covid-19 die niet uitgesteld kan worden.

Voor ondersteuning thuis die verleend wordt volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning, zoals huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding en maaltijdondersteuning en in een maatschappelijke en vrouwenopvang kan volgens Van Rijn ‘veelal worden volstaan met begeleiding op anderhalve meter afstand’ en zijn geen beschermingsmiddelen nodig. WMO-ondersteunende medewerkers mogen alleen werken als ze klachtenvrij zijn en er zeker van zijn dat de gezondheid van de patiënt of cliënt het toelaat om zorg te verlenen. Als Covid-19 bij een cliënt is vastgesteld wordt ondersteuning uitgesteld. Maar soms kan dat niet of heeft een medewerker ‘gerede twijfel’ of de situatie veilig is. In die gevallen kan de medewerker voortaan beschikken over een ‘reservepakket’ aan persoonlijke beschermingsmiddelen.

Reservepakket

‘Alle mensen die werken in de zorg – binnen en buiten het ziekenhuis – moeten erop kunnen rekenen dat zij hun werk veilig kunnen doen met gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Natuurlijk alleen als dat echt nodig is, want er is nog steeds een enorme behoefte aan in de zorg. Het is goed dat medewerkers die Wmo-ondersteuning bieden nu ook bij specifieke situaties kunnen beschikken over een reservepakket. Hiervoor kunnen ze bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen terecht,’ aldus de minister in een bericht van het ministerie van Volksgezondheid.

Schaarste

Bij persoonlijke beschermingsmiddelen gaat het om mondmaskers, isolatiejassen/schorten, oogbescherming/brillen en handschoenen. Het RIVM heeft samen met partijen uit de zorg richtlijnen opgesteld voor het gebruik van deze middelen bij zorg buiten het ziekenhuis. De richtlijnen zijn gemaakt op basis van besmettingsrisico’s voor medewerkers en cliënten/patiënten bij (een verdenking van) Covid-19. Tegelijkertijd geldt dat algemeen preventief gebruik niet nodig is en vooral de schaarste vergroot.

Werkgevers

Medewerkers die ervaren dat ze onvoldoende bescherming hebben in hun werk moeten volgens Van Rijn daarover in gesprek gaan met hun werkgever. Die moet zich namelijk maximaal inspannen om de besmettingsrisico’s – volgens de richtlijnen – te beperken. Dat betekent datook voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar stellen, via reguliere kanalen of via de aanvraag bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen.

Reacties