In Memoriam: Ruud Stoeten, De Man met de Gouden Pen

jun 17 , 15:56 Nieuws
voor silvan ruud stoeten
Gisterenavond ging de telefoon. Erna, de vrouw van Ruud Stoeten, vertelde: "Je vriend is overleden." De man met de gouden pen is er niet meer. Alleen zijn mooie, onsterfelijke verhalen blijven, en zijn geest blijft ronddwalen in Maas en Waal, waar hij zo van hield – het landschap, de rivieren, de mensen. De avond en de nacht heb ik slecht geslapen; mijn gedachten gingen terug naar de eerste keer dat ik Ruud mocht ontmoeten.
Het moet in de vorige eeuw zijn geweest. Mijn vrouw Corrie nam de telefoon op. "Ruud Stoeten van De Gelderlander," zei ze tegen me. Ruud moest van de redactie Maas en Waal gaan doen, en zijn chef had gezegd: "Ga jij maar eens een interview maken met de Wamelse filmer." Bij ons thuis aangekomen, na eerst koffie en een lekkere bak erwtensoep van mijn vrouw, gingen we richting het Veerhuis, mijn favoriete stek. Ruud wilde mijn levensverhaal optekenen.
Met uitzicht op de Waal, de mooie wolkenpartijen, de zon, de regen en zelfs nog hagel, zat Ruud te genieten van het prachtige uitzicht op de Waal. "Wat woon je mooi," zei hij tegen me. Er was meteen een klik. Inmiddels liep het al tegen de avond. Ruud vertelde me: "Nu ga ik dit eerst uitwerken en dan leg ik het weg. Ik kom er later op terug om het verhaal te maken." Toen de krant op de deurmat plofte, kopte hij: Jos Kruisbergen wil geen bekende Nederlander zijn. Een prachtverhaal dat ik ook bewaard heb. Toen Ruud het Veerhuis verliet, zei hij tegen mij: "Als ik straks met pensioen ga, ga ik over je films verhalen schrijven." En toen dacht ik: nou, je durft veel te vertellen! Hij woonde in het Brabantse Beers.
Tijdens mijn filmwerk kwamen Geert Megens en ik Ruud vaak tegen. Ruud voor de krant, voor de televisie, of voor Tweestromenland in Beeld en Geluid. Hij heeft woord gehouden. Na zijn pensionering heeft hij alle films en documentaires van teksten voorzien. Hij maakte de nieuwsbrieven en we konden altijd op hem rekenen, of het nou avond, nacht of weekend was. Zijn passie was schrijven, mooie verhalen maken.
Toen hij afscheid nam bij de Gelderlander, waren zijn collega’s lovend over zijn bijzondere schrijfstijl. Superlatieven kwamen men tekort. En we konden dag en nacht bij hem terecht. Wie kende zijn mooie verhalen niet, over Maas en Waal en zijn column Waterlanders? Vele ouderen zullen Ruud nog wel kennen: een echte Bourgondiër, fors gezet en met snor. Zestien jaar heeft Ruud voor ons geschreven, waar wij hem dankbaar voor zijn. Hij zei ooit tegen me: "Jos, op schrijversgebied is dit het mooiste wat me is overkomen, bij jullie club te mogen zijn."
Zijn gezondheid ging achteruit en hij moest stoppen. Ruud heeft er twee weken over gedaan om te zeggen dat hij het niet meer kon. Hij zei: "Ik heb gelijk een opvolger voor je geregeld, journalist van De Gelderlander Bas van der Hoeven uit Millingen, want dit moet zo doorgaan," was zijn motto. Het was een opluchting voor Ruud dat hij het verteld had, maar hij werd steeds zieker.
Zo’n drie jaar geleden kreeg hij van een arts in het CWZ botweg te horen: "Ga maar naar huis en bereid je maar voor op de dood." De manier waarop verdiende hij niet – een man die altijd zo begaan was met mensen. Ruud had ook journalistieke stukken gemaakt over Het Bruurke van Megen. De paters staken iedere keer weer kaarsjes voor hem aan. En iedere keer krabbelde Ruudje er weer bovenop. Ruud zei laatst nog: "Bedank de broeders van Megen en het Bruurke. Mogen ze voor mij heilig verklaard worden."
Het laatste jaar was echt een hel, wat de man heeft meegemaakt. Hij vond het wel goed zo, alleen vond hij het moeilijk voor zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen. Die hebben van de week nog afscheid genomen. Afgelopen dinsdag had ik hem nog aan de telefoon en hij zei: "Jos, ik bel nog wel, ik ben zo ziek." Gisteravond is hij vertrokken naar al zijn vrienden in de hemel.
Ruud, je was als een broer voor me. We hebben samen veel mooie dingen mogen meemaken. Ik ben blij dat je chef je naar mij heeft gestuurd. Het was meteen vriendschap voor het leven. Afscheid nemen doe ik ook niet, omdat ik ervan overtuigd ben dat we elkaar in de hemel weer zullen zien. Zoals je zelf enkele weken geleden hebt gezegd: "Wij gaan dan door met filmen en schrijven."
Vaarwel, goede reis, en doe iedereen de groeten van ons. Neem een lekker glaasje hemelwijn, dat heb je verdiend.
Erna, kinderen en kleinkinderen, heel veel sterkte met dit zware verlies. Vergeten doen we hem nooit.
Door Jos Kruisbergen