BEUNINGEN, 26 juni 2012 - Winkelcentra en binnensteden van Nederland hebben het moeilijk.Daar vormt Beuningen geen uitzondering op en het zijn zeker niet alleen de huidige economische perikelen die daar part bij spelen want deze problemen zijn niet pas van de laatste twee of drie jaar. Steeds meer panden zijn in handen van verhuurbedrijven waardoor ondernemers geen kapitaal kunnen opbouwen. Financieringen door banken worden steeds moeilijker verstrekt waardoor het in veel gevallen, zonder eigen kapitaal, onmogelijk wordt om noodzakelijke investeringen te doen. Onvoldoende parkeergelegenheid en/of het moeten betalen van parkeergeld en de komst van webwinkels zijn allemaal factoren die van invloed zijn op het ondernemersklimaat en het aantal bezoekers.Wie hebben belang bij een aantrekkelijk winkelgebied?Naast de ondernemers zijn het ook de verhuurders, de gemeente en haar inwoners die belang hebben bij een gezellig winkelcentrum met een gevarieerd aanbod aan winkels en diensten. Het belang voor de verhuurder van de winkelpanden mag voor iedereen duidelijk zijn. Veel en/of langdurige leegstand heeft direct effect op hun inkomsten en kan in een neerwaartse spiraal veroorzaken waarin winkels verdwijnen en het centrum haar aantrekkingskracht verliest op nieuwe ondernemers.Goede voorzieningen hebben, waaronder een winkelcentrum met uitstraling, is voor iedere gemeente een verantwoordelijkheid en van grote waarde. Het is goed voor het woongenot, de promotie en het aantrekken van nieuwe inwoners. De inwoners op hun beurt denken wellicht dat het een zaak van de ondernemers en de gemeente is maar wanneer het aanbod in het winkelcentrum als maar afneemt en men voor steeds meer producten niet meer in de buurt terecht kan, zal men gaan beseffen wat men mist. Beuningen heeft een behoorlijk gevarieerd en compleet aanbod. Het is zeer wenselijk dat niveau vast te houden. Rol van de ondernemersverenigingDe ondernemersvereniging van Beuningen is zich bewust van het bovenstaande. De afgelopen periode heeft de vereniging daarom ook intern discussies gevoerd over hoe de vitaliteit van het Beuningse centrum verbeterd en geborgd zou kunnen worden. Behalve deze moeilijke discussie zag de vereniging zich op een gegeven moment ook zonder bestuur. Secretaris Laura Bongers en oud-notaris de heer Frieling zijn, in reactie daarop, een traject gestart om in samenspraak met de leden een toekomstvisie voor de vereniging te vormen.Op 6 juni jongstleden heeft er een Bijzondere Algemene Ledenvergadering plaatsgevonden. De betrokkenheid van de leden vond zijn weerspiegeling in de opkomst, slechts veertien van de 61 leden waren aanwezig. Nog eens zes anderen hadden zich met reden afgemeld, de overgrote meerderheid heeft niets van zich laten horen. Ook in een eerder gehouden enquete benaderde het aantal reacties dezelfde getallen. De kleine maar betrokken groep aanwezige leden hebben zich over een tweetal scenario's voor toekomstig beleid gebogen en hebben zich unaniem voor scenario twee uitgesproken.Scenario 1De OVB wordt voortgezet in de huidige vorm en blijft het belangrijkste middel om het winkelcentrum te promoten. In dat geval zullen nieuwe bestuursleden moeten worden gezocht en de leden zullen in een veel hogere mate dan nu het geval is bereid moeten zijn het bestuur daadwerkelijk en consequent te ondersteunen. Gelet op de ervaringen in het verleden is de kanttekening gemaakt of dit wel een haalbaar en realistisch scenario is. Scenario 2De OVB is niet langer het belangrijkste promotiemiddel van het centrum. Er wordt een stichting opgericht die als doel krijgt het promoten van het winkelcentrum in Beuningen in de meest ruime vorm. Het bestuur van de stichting zal worden benoemd op voordracht van alle betrokken partijen; de OVB, de verhuurders en de gemeente. De middelen voor het beheer en de promotie worden geheven door invoering van een reclamebelasting. WeerstandIn het eerste scenario blijft er ruimte voor zogenaamde free-riders. Hiermee worden ondernemers bedoeld die nu geen lid zijn van de vereniging maar wel meeliften op effecten van de initiatieven en activiteiten die door de vereniging uitgevoerd worden. De term free-riders schetst het beeld dat al deze ondernemers bewust gratis van de beoogde voordelen willen profiteren. Realiteit is echter dat er ook ondernemers zijn die als argument aanvoeren dat ze het niet eens zijn met de plannen of de uitvoering daarvan, dat ze het financieel niet op kunnen brengen of niet in dezelfde mate profijt ervan zullen ondervinden als andere ondernemers.In scenario twee zullen alle ondernemers een bijdrage leveren middels de geheven reclamebelasting. Ondernemers die nu geen lid zijn van de ondernemersvereniging zullen zich in deze scenario min of meer gedwongen voelen om alsnog een bijdrage te leveren middels de reclamebelasting. Hier zal weerstand van te verwachten zijn. Een kapper zal kunnen aanvoeren dat hij geen belang heeft bij centrumactiviteiten maar anderszijds kan dan wel gevraagd worden waarom men ervoor kiest om in het centrum gevestigd te zijn. Dit zal ondermeer om redenen van veilig-, bereik-, zichtbaarheid en uitstraling zijn. Zonder een aantrekkelijk centrum waar het publiek graag komt heeft men dit alles niet. De activiteiten zijn niet alleen gericht op het moment zelf maar op een totaal, algemeen en langdurige beleving van het centrum.Rol van de gemeente en verhuurdersDe gemeente heeft zich in eerdere gesprekken met de OVB, bereid verklaard de mogelijkheden voor het innen van reclamebelasting te overwegen. Ook de eigenaren/verhuurders hebben aangegeven een actievere rol in het geheel te willen hebben. Zij hebben wel als voorwaarde gesteld dat de ondernemers als eerste aan zet zijn. Een eventuele reclamebelasting kan op verschillende manier geheven gaan worden. Dit kan per m2 winkeloppervlakte, cm2 reclame-uiting of op basis van de OZB-waarde bepaalt gaan worden. Bij het innen op basis van reclame-uiting dient rekening gehouden te worden met het feit dat er dan ruimte is voor ondernemers die zullen kiezen de reclame te verwijderen en zo alsnog niet bij te dragen aan het algemeen belang.
BEUNINGEN, 26 juni 2012 - Winkelcentra en binnensteden van Nederland hebben het moeilijk.
Daar vormt Beuningen geen uitzondering op en het zijn zeker niet alleen de huidige economische perikelen die daar part bij spelen want deze problemen zijn niet pas van de laatste twee of drie jaar.
Steeds meer panden zijn in handen van verhuurbedrijven waardoor ondernemers geen kapitaal kunnen opbouwen. Financieringen door banken worden steeds moeilijker verstrekt waardoor het in veel gevallen, zonder eigen kapitaal, onmogelijk wordt om noodzakelijke investeringen te doen. Onvoldoende parkeergelegenheid en/of het moeten betalen van parkeergeld en de komst van webwinkels zijn allemaal factoren die van invloed zijn op het ondernemersklimaat en het aantal bezoekers.
Wie hebben belang bij een aantrekkelijk winkelgebied?
Naast de ondernemers zijn het ook de verhuurders, de gemeente en haar inwoners die belang hebben bij een gezellig winkelcentrum met een gevarieerd aanbod aan winkels en diensten. Het belang voor de verhuurder van de winkelpanden mag voor iedereen duidelijk zijn. Veel en/of langdurige leegstand heeft direct effect op hun inkomsten en kan in een neerwaartse spiraal veroorzaken waarin winkels verdwijnen en het centrum haar aantrekkingskracht verliest op nieuwe ondernemers.
Goede voorzieningen hebben, waaronder een winkelcentrum met uitstraling, is voor iedere gemeente een verantwoordelijkheid en van grote waarde. Het is goed voor het woongenot, de promotie en het aantrekken van nieuwe inwoners. De inwoners op hun beurt denken wellicht dat het een zaak van de ondernemers en de gemeente is maar wanneer het aanbod in het winkelcentrum als maar afneemt en men voor steeds meer producten niet meer in de buurt terecht kan, zal men gaan beseffen wat men mist. Beuningen heeft een behoorlijk gevarieerd en compleet aanbod. Het is zeer wenselijk dat niveau vast te houden.
Rol van de ondernemersvereniging
De ondernemersvereniging van Beuningen is zich bewust van het bovenstaande. De afgelopen periode heeft de vereniging daarom ook intern discussies gevoerd over hoe de vitaliteit van het Beuningse centrum verbeterd en geborgd zou kunnen worden. Behalve deze moeilijke discussie zag de vereniging zich op een gegeven moment ook zonder bestuur. Secretaris Laura Bongers en oud-notaris de heer Frieling zijn, in reactie daarop, een traject gestart om in samenspraak met de leden een toekomstvisie voor de vereniging te vormen.
Op 6 juni jongstleden heeft er een Bijzondere Algemene Ledenvergadering plaatsgevonden. De betrokkenheid van de leden vond zijn weerspiegeling in de opkomst, slechts veertien van de 61 leden waren aanwezig. Nog eens zes anderen hadden zich met reden afgemeld, de overgrote meerderheid heeft niets van zich laten horen. Ook in een eerder gehouden enquete benaderde het aantal reacties dezelfde getallen. De kleine maar betrokken groep aanwezige leden hebben zich over een tweetal scenario's voor toekomstig beleid gebogen en hebben zich unaniem voor scenario twee uitgesproken.
Scenario 1
De OVB wordt voortgezet in de huidige vorm en blijft het belangrijkste middel om het winkelcentrum te promoten. In dat geval zullen nieuwe bestuursleden moeten worden gezocht en de leden zullen in een veel hogere mate dan nu het geval is bereid moeten zijn het bestuur daadwerkelijk en consequent te ondersteunen. Gelet op de ervaringen in het verleden is de kanttekening gemaakt of dit wel een haalbaar en realistisch scenario is.
Scenario 2
De OVB is niet langer het belangrijkste promotiemiddel van het centrum. Er wordt een stichting opgericht die als doel krijgt het promoten van het winkelcentrum in Beuningen in de meest ruime vorm. Het bestuur van de stichting zal worden benoemd op voordracht van alle betrokken partijen; de OVB, de verhuurders en de gemeente. De middelen voor het beheer en de promotie worden geheven door invoering van een reclamebelasting.
Weerstand
In het eerste scenario blijft er ruimte voor zogenaamde free-riders. Hiermee worden ondernemers bedoeld die nu geen lid zijn van de vereniging maar wel meeliften op effecten van de initiatieven en activiteiten die door de vereniging uitgevoerd worden. De term free-riders schetst het beeld dat al deze ondernemers bewust gratis van de beoogde voordelen willen profiteren. Realiteit is echter dat er ook ondernemers zijn die als argument aanvoeren dat ze het niet eens zijn met de plannen of de uitvoering daarvan, dat ze het financieel niet op kunnen brengen of niet in dezelfde mate profijt ervan zullen ondervinden als andere ondernemers.
In scenario twee zullen alle ondernemers een bijdrage leveren middels de geheven reclamebelasting. Ondernemers die nu geen lid zijn van de ondernemersvereniging zullen zich in deze scenario min of meer gedwongen voelen om alsnog een bijdrage te leveren middels de reclamebelasting. Hier zal weerstand van te verwachten zijn. Een kapper zal kunnen aanvoeren dat hij geen belang heeft bij centrumactiviteiten maar anderszijds kan dan wel gevraagd worden waarom men ervoor kiest om in het centrum gevestigd te zijn. Dit zal ondermeer om redenen van veilig-, bereik-, zichtbaarheid en uitstraling zijn. Zonder een aantrekkelijk centrum waar het publiek graag komt heeft men dit alles niet. De activiteiten zijn niet alleen gericht op het moment zelf maar op een totaal, algemeen en langdurige beleving van het centrum.
Rol van de gemeente en verhuurders
De gemeente heeft zich in eerdere gesprekken met de OVB, bereid verklaard de mogelijkheden voor het innen van reclamebelasting te overwegen. Ook de eigenaren/verhuurders hebben aangegeven een actievere rol in het geheel te willen hebben. Zij hebben wel als voorwaarde gesteld dat de ondernemers als eerste aan zet zijn.
Een eventuele reclamebelasting kan op verschillende manier geheven gaan worden. Dit kan per m2 winkeloppervlakte, cm2 reclame-uiting of op basis van de OZB-waarde bepaalt gaan worden. Bij het innen op basis van reclame-uiting dient rekening gehouden te worden met het feit dat er dan ruimte is voor ondernemers die zullen kiezen de reclame te verwijderen en zo alsnog niet bij te dragen aan het algemeen belang.