
De provincie Gelderland is met ‘enkele’ gemeenten in gesprek over groot- en kleinschalige opvang voor 2000 tot 2500 vluchtelingen. Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken heeft de provincies opgedragen naar grootschalige opvang te zoeken. De Statencommissie Ruimtelijke Ordening, Landelijk Gebied en Wonen (RLW) liet vorige week unaniem weten dat ook naar kleinschalige opvang gekeken moet worden.
Gedeputeerde Josan Meijers (wonen) heeft goede hoop dat binnen enkele weken duidelijk is waar asielzoekers kunnen worden opgevangen. Ze kan nog niet zeggen naar welke en ook niet naar hoeveel Gelderse gemeenten wordt gekeken waar asielzoekers kunnen worden opgevangen. ‘Zorgvuldigheid staat voorop. Daarnaast is het aan de betreffende gemeenten om daarover te communiceren.’
Het gaat minister Plasterk om grootschalige en tijdelijke opvang, zoals Heumensoord in Nijmegen. Commissaris van de Koning (CdK) Clemens Cornielje heeft als rijksheer - een verlengstuk van de minister - de taak om aan die zogeheten ambtelijke opdracht te voldoen. Dat CdK’s als rijksheer moeten optreden komt bijna nooit voor.
De commissie RLW drong er vorige week echter nadrukkelijk bij Meijers op aan om Cornielje te vragen ook naar kleinschalige opvang te kijken.
Alle Gelderse gemeenten zijn door de provincie Gelderland benaderd om met een overzicht te komen van de huisvesting van asielzoekers en statushouders tot nu toe. Daarbij is ook gevraagd welke mogelijkheden er zijn voor grote opvangplekken.
Dat Meijers niet wil aangeven in hoeveel gemeenten wordt gekeken naar asielzoekersopvang heeft ook te maken met de gevoeligheid van het onderwerp. ‘Ik kan me voorstellen dat er bij inwoners veel vragen zijn, maar in Gelderland slaapt niemand op straat.’
Ze roept burgers op om met respect voor anderen hun mening te geven. ‘Iedereen moet wel kunnen zeggen wat hij of zij vindt. Ik begrijp best dat mensen soms moeite hebben met de komst van een opvang, maar laten we wel op een respectvolle manier met elkaar om blijven gaan. Mensen kunnen zorgen hebben, maar als dat omslaat in ongenuanceerd schreeuwen en stemming maken is dat geen gesprek meer.’
Uit cijfers die gemeenten op verzoek van de provincie hebben doorgegeven blijkt dat er in Gelderland momenteel 4465 plekken in Gelderse noodopvanglocaties zijn: 3000 in Nijmegen (Heumensoord, tot juni 2016), 480 in Apeldoorn, 400 in Arnhem, 300 in Ede, 225 in Doetinchem en 60 in Nunspeet.
Verder blijkt dat er 1979 plaatsen in reguliere asielzoekerscentra zijn, dat waren er tot voor kort nog 1430. Ook zijn er 50 opvangplekken die onder de crisisnoodopvang vallen (in Voorst).
Josan Meijers geeft aan dat de rol van de provincie beperkt is bij de opvang van vluchtelingen. Er wordt samen met gemeenten die aangeven dat er mogelijkheden zijn, gekeken hoe die opvang zo snel mogelijk kan worden gerealiseerd. ‘Dan moet je denken aan procedurele zaken, zoals bij Heumensoord, dat in een waterwingebied ligt. Als provincie hebben we daar het gebruik als opvang tijdelijk gedoogd.’
De provincie is samen met gemeenten en regio’s ook bezig met het huisvesten van statushouders, mensen die een verblijfsstatus hebben. ‘Het wordt steeds moeilijker om aan de taakstelling voor het huisvesten van statushouders te voldoen’, zegt gedeputeerde Meijers. ‘Er zijn meer statushouders gekomen en door de recessie zijn er minder verhuisbewegingen op de woningmarkt. De doorstroming binnen de sociale huurwoningen is minder.’
Het regionaal bekijken en aanpakken hiervan is volgens Meijers dè oplossing van het probleem. ‘Dat zie je goed in de FoodValley. Daar wordt over de gemeentegrenzen heen en samen met woningcorporaties gekeken hoe statushouders bijvoorbeeld in bestaande leegstaande gebouwen of in pop-upwijken kunnen worden gehuisvest. Je ziet die regionale aanpak nu worden overgenomen door andere regio’s, zoals de Stadsregio, Rivierenland en de Achterhoek.’
Meer dan de helft van de Gelderse gemeenten voldoet niet aan de taakstelling voor het huisvesten van statushouders. ‘Officieel kun je als provincie in het uiterste geval woningen in gemeenten vorderen, maar dat is nu niet aan de orde en ook niet wenselijk. Dan zouden mensen die lang op een woning wachten ook in het gedrang komen. Je wilt dat woningzoekenden een huis kunnen krijgen en statushouders een goede start geven.’