
15% van de huishoudens in de regio Arnhem-Nijmegen heeft een betaalbaarheidsrisico. Dat wil zeggen dat voor 49.000 huishoudens in de regio de normuitgaven voor levensonderhoud plus de werkelijke overige kosten (dat zijn overwegend woonlasten) hoger zijn dan het inkomen. Dat is de conclusie van onderzoek naar de betaalbaarheid van het wonen in de regio.
Kwetsbare groepen
Zo wordt duidelijk dat het betaalbaarheidsrisico voor het overgrote deel in de huursector ligt. Het concentreert zich rond de groepen met de laagste inkomens (bijstandsgroep en huurtoeslaggerechtigde groep). Huurders geven gemiddeld 22% van het besteedbare inkomen uit aan netto huurlasten. Inclusief alle woongerelateerde lasten (bv. water, energie en reinigingsrecht) ligt dat aandeel op 34% van het inkomen. Deze regionale gemiddelden komen overeen met het landelijke niveau. Ook jonge huishoudens, eenouder gezinnen, alleenstaanden en lager opgeleiden zijn oververtegenwoordigd in de groep huishoudens met een betaalbaarheidsrisico. Datzelfde geldt voor allochtone huishoudens.
Het feit dat 15% van de huishoudens in de regio een betaalbaarheidsrisico loopt betekent overigens niet dat deze huishoudens een achterstand hebben in de betaling van de huur. Men kan in de praktijk immers minder kwijt zijn aan kosten voor levensonderhoud dan de geldende norm voor deze kosten.
Lokaal maatwerk nodig
In het rapport wordt geconcludeerd dat de vermindering van het betaalbaarheidsrisico niet binnen de macht en de verantwoordelijkheid van één bepaalde partij ligt. Er zijn diverse maatregelen denkbaar, en de toepassing daarvan vergt lokaal maatwerk. De inzet en betrokkenheid van alle partijen (inclusief de consument) is nodig om de maatregelen te laten slagen. Het biedt een goed uitgangspunt voor het gesprek daarover tussen de partijen.
Bron: destadsregio.nl