Bernadette Faber-Winnemuller vertelt…

Regelmatig gaat Hans Straten op bezoek bij iemand uit de gemeente
die over het heden en verleden van het dorp wat te vertellen heeft en
vraagt  naar zijn of haar visie over het dorp en haar gemeenschap.
Vandaag is Hans te gast bij  Bernadette Faber-Winnemuller uit Weurt.

Door Hans Straten

Op een warme zomerse morgen loop ik de oprit op. Een enthousiaste dame komt me tegemoet en nodigt me uit om plaats te nemen op een heerlijk schaduwrijk terrasje. Een overweldigende rust en ruimte valt over me heen. Ik zie een trampoline, een klimhuisje, een voetbalveldje met een echt goal, een weitje met wat geitjes, bokjes en kippen. Een schitterende tuin, je kunt hier basketballen en het lijkt me een genot om hier als kind te kunnen opgroeien. En…. hier woont vast een hele handige man.

Bernadette haalt me uit mijn beschouwingen en de koffie staat al klaar. Ze gaat zitten en praat rustig, eerder zachtjes, in wel gekozen zinnen over hun huis en de locatie.

“Ik ben in deze straat geboren en heb er tot mijn 22e gewoond. Daarna hebben we  5 jaar in Beuningen gewoond en nu alweer 22 jaar in dit huis. Het huis interesseerde ons eigenlijk niet zo, maar we gingen voor de locatie. Aan het huis hebben we veel gedaan. De achterpui is er helemaal uit geweest en we hebben het behoorlijk vergroot. Er is een nieuwe steen tegenaan gezet. We begonnen zelfs al met schilderen, toen de vorige bewoner er nog woonde.  Alles zelf gedaan, wel met hulp van vrienden. Dan merk je hoe belangrijk een vriendenkring is.

Het is een gezellig huis. Ik ben nogal kouwelijk aangelegd en dus hebben we een houtkachel, want dat is toch zo lekker.”

g9lo07tj8561l7bvyq50xn816

Bernadette vertelt over de Beuningse tijd en hoe lastig het voor haar was om in een wijk te wonen. Maar met de buren (een oud pastoor en een non) hebben ze nog steeds contact.  Zij gaan elk jaar met de kinderen Faber een dagje uit. Bernadette blijft mensen trouw. Zo zorgt ze voor haar moeder. Ze poetst, doet de was en houdt de boel in de gaten. Een zus kookt de maaltijden voor moeder en met een magnetron is het later zo klaar gemaakt. De kinderen gaan vaak naar oma en helpen (draaien) gewoon mee, zelfs als het b.v.  om aankleden gaat. Oma heeft het goed en geniet. ’s Morgens staat ze op de uitkijk als de kinderen langs rijden op weg naar school.

Moeder heeft graag bezoek. Ik breng soms gewoon  een dagje de hond, want dat vindt ze ook al leuk. Weet je, Sjakie gaat bij mij makkelijk met zijn kopje op mijn schoot liggen en dat zou zij ook wel willen. Ze lokt hem met een koekje, maar Sjakie laat zich niet snel omkopen. Moeder vindt alles lekker, deze week nog, toen de kinderen wat gebakken hadden en haar ook wat brachten, dan zie je haar smullen. Ze lust alles en waardeert het zeer.”

Bernadette heeft zorg voor de medemens en haar buren boffen.
Ze vertelt over de jaarlijks burendag bij hen in de tuin en over het succes ervan.
En dan komt Thé Seeling ter sprake.
Thé woonde tegenover en was alleenstaand. Een bijzonder man, een fruitboer met gevoel voor kunst, een man die nadacht, soms filosofisch en met een boerennuchterheid kon relativeren. Op zijn sterfbed, toen het lijden lang en moeizaam was, sprak hij:
Ja jongens, het is nog een heel werk hoor om dood te gaan.”

Elk  jaar kreeg Thé  op zijn verjaardag van zijn neef Hans een dagboek. In 1952 is hij met het schrijven begonnen. In 1983 vroeg hij op zijn verjaardag, wie hem wilde helpen met het uittypen van alle dagboeken. Niemand bood zich aan en toen ik heb het maar gedaan.

Thé was een lieve man, ook voor onze kinderen. Vaak kookte ik wat meer en dan kreeg Thé ook een maaltje.  Soms zei hij de dag erop.” Dat was lekker vlees gister .“  Dat had hij dan nog nooit eerder gehad. Hij was zo dankbaar.”

Ik krijg de dagboeken te zien. Bernadette  heeft ze gedigitaliseerd en legt de laatste hand eraan. De boeken zijn eigendom van de familie. Ik blader wat en zie dat hij op de laatste dag schreef: EINDE.

Ik lees en zie hoe mooi hij schreef, met hier en daar gedichten en dat alles in ongekunsteld taalgebruik. Zijn werk verdient feitelijk meer aandacht. Historici kunnen hier iets mee.
Met toestemming van Bernadette  citeer ik een stukje.

3 januari 1963

Het nieuwe jaar begint goed, tractor van H.W. aangetrokken, omdat hij niet wilde starten door de uitzonderlijk lage temperatuur. Het vriest dat ’t kraakt -20 C . Wij wonen voor het eerst in ons nieuwe huis en verrekken van de kou en ermoei, we hebben maar een klein huishoudkacheltje die behalve het eten ook het hele huis moet verwarmen. Op de kolk en in ’t grindgat wordt geschaatst en de Waal zit dicht gevroren. De verkenners hebben op ’t grindgat van dekzeilen een consumptietent gebouwd, waar de schaatsliefhebbers wat warme drankjes kunnen kopen. Zo konden zij zichzelf verwarmen en de kas van de verkenners werd er ook door verwarmd.

 Bernadette met de dagboeken van Thé Seeling

 mlqekmegpqzwopsvh7hc34s5s

 

Je bent zo betrokken, wat maakt voor jou dit dorp bijzonder?

“Hier kent iedereen elkaar en men heeft iets voor elkaar over. We zijn hier samen en dan kom je ver.
Ze heeft nogal wat moeten overwinnen om aan dit interview mee te doen. Bernadette wilt liever niet op de voorgrond. Haar kinderen hebben haar overgehaald. Bernadette  Winnemuller vraagt niet om aandacht, maar staat gewoon altijd klaar.
Ze leeft naar, zoals ze zelf zegt:  Wat goed is, is goed.
 

Eerder verteld….. 

juli 2013: Anton Klaassen
Juni 2013:
Jan van Haren
April 2013: 
Annie Lubben
Maart 2013:
Theo Zegers
Februari 2013: Jan Hendriks
Januari (2)
2013: Jan-Hein Hoftijzer
Januari
2013: Bernard Aalbers
December
2012: Monique Magdelijns
November 2012: Nellie Swartjes
November 2012: Wim Piels
Oktober
2012: Bianca Beelen Vlaspoel
September 2012: Edwin de Waal
Augustus 2012: Kees Aalbers