Appeltjes voor de dorst

Een poosje geleden zat ik in de trein van Weert naar Roermond. Op een
gegeven moment passeerde de trein een appelboomgaard. De overvolle
‘oogstbakken’ verraadden al dat er ‘waste’ in aantocht was. Het veld lag
bezaaid met rottende appels. Als Waste Watcher krijg ik daar de
kriebels van, vooral als ik mij bedenk wat we met deze appels allemaal
kunnen doen: appelmoes, appelsap en zelfs cider!Door Thomas Luttikhold

Ondanks ‘stoere’ reclames waar boogschutters appels doorklieven met pijlen[1] of schaars geklede spierbonken die al lachend en dansend in een boomgaard staan[2], komt dit laatste moeilijk van de grond in Nederland. Terwijl, een appeltje is toch voor de dorst?
 
Stoer

Toch is cider één van de stoerste drankjes die er bestaat. Na een half jaar in Engeland gewoond te hebben kwam ik hier onomstotelijk achter. Het zijn stoere, bonkige mannen, met modderstrepen op hun wang en een odeur van penetrant zaterdagszweet om zich heen, die een slechte pot rugby doen vergeten met een goed glas cider. Échte mannen spelen rugby en drinken cider.
 
Cider als loon
Cider is namelijk, zoals zoveel dingen in Engeland, een ware traditie. Cider wordt voor het eerst in de boeken genoemd rond 1300, maar de doorbraak vindt pas echt plaats in de 18de eeuw. Veel Engelse boerderijen hadden ook een appelboomgaard en maakten van de beurse appels een cidertje voor de dorst. Het ging zelfs zó ver in deze jaren dat werknemers werden uitbetaald met een glas cider, 3 à 4 glazen stond gelijk aan een normaal Engels dagloon. Solliciteren bij een boer ging toentertijd een stuk makkelijker. Kon je cider zuipen als de beste, dan kon je direct aan de slag![3] Tenminste, als je nog overeind stond.
 
‘Vrouwenbier’

Voor boerenknechten zit dat ‘flink zuipen’ er nu eventjes niet in. Oktober loopt op zijn einde en daarmee ook het appelseizoen. Werk aan de winkel! En ‘waste’? Daar maken we cider van. Juist de heerlijke, zoete Nederlandse appels zijn ideaal voor het maken van cider.  Toch brouwen wij Nederlanders er niks van. Als ik hier in de kroeg een cider bestel, kijkt de serveerster mij bedenkelijk aan en vraagt: “Vrouwenbier?” De moeite om in een Nederlandse kroeg uit te leggen dat cider geen ‘vrouwenbier’ is neem ik niet meer. Op dat soort momenten sluit ik mijn ogen en denk ik heimelijk terug aan mijn tijd in Engeland. Aan de stank, aan de modder en de stoere verhalen die verteld worden aan de bar. Daar waar de échte cider rijkelijk vloeit. Immers, appeltjes zijn voor de dorst.
 
Bezoek thomasluttikhold.nl/blog-appeltjes-dorst om de links te volgen.