Roel Kuppens over de vluchtelingen discussie

26 okt 2015, 12:31 Nieuws
roel kuppens d66 beuningen
D66 Beuningen

Deze week zag ik op twitter een verhaal over brulapen. Het schijnt, zo hebben onderzoekers van de Cambridge University ontdekt, dat de apen met de kleinste testikels het meeste lawaai maken. Zij hebben de hardste brul, waarschijnlijk dus ter compensatie van de kleine ‘ballen’.

Hierin zag ik een mooie parallel met het vluchtelingen discussie. Deze discussie wordt gedomineerd door degene die het hardst roepen, de meest beledigende teksten uiten, het meest bedreigend zijn en degene die zich over het algemeen het meest agressief opstellen. Met deze opstelling overstemmen ze degene die zich zorgen maken en zich op een gepaste wijze uiten. Als je echter kijkt naar de argumenten, dan zie je een duidelijk gebrek aan inhoud. Sommige argumenten, zoals dat het allemaal verkrachters en dieven zouden zijn, zijn simpelweg onjuist en makkelijk te weerleggen, maar ze spelen in op een onderbuik gevoel. Hiermee creëert het ‘NEE’ kamp een gevoel van angst waar het ‘JA’ kamp onmogelijk tegenop kan. Zij doen een beroep op medemenselijkheid, verantwoordelijkheid en goed burgerschap. Niet door te schreeuwen, maar door te praten.

Het is in deze discussie dan ook makkelijk je aan te sluiten bij het ‘NEE’ kamp en je te laten lijden door angst. Het vraagt echter moed en ‘ballen’ om je bij het ‘JA’ kamp aan te sluiten en datgene te doen wat het college van de gemeente Beuningen heeft gedaan. Zij heeft gezegd, gesteund door het grootste deel van de gemeenteraad, opvang te willen bieden aan mensen die het nu hard nodig hebben. Zij kijken niet weg, maar steken hun hand uit en willen meewerken aan een oplossing. Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat de inwoner zich geen zorgen mogen maken, maar dit moet niet uit gaan van de hardste schreeuwer of de grootste groep. Het gaat niet om de aantallen, maar de argumenten.

Gemeente Beuningen heeft laten zien dat het ‘ballen’ heeft en dat het niet als hardste hoeft te schreeuwen en dat maakt mij trots.